De EU-wetgeving omvat alle verdragen die betrekking hebben op de oprichting en werking van de Europese Unie (EU) en alle verordeningen, richtlijnen en besluiten die van toepassing zijn in de lidstaten van de EU.

De meeste maatregelen van de EU worden genomen volgens de ‘gewone
wetgevingsprocedure’. Deze procedure bepaalt dat het Europees Parlement samen met de Raad (de regeringen van de EU-lidstaten) EU-wetsvoorstellen moet goedkeuren. De belangrijkste wetgevende maatregelen in de EU zijn verordeningen, richtlijnen en besluiten.

Verordeningen zijn bindend en rechtstreeks toepasselijk in de hele EU.

Richtlijnen zijn eveneens bindend wat betreft het beoogde resultaat, maar werken niet rechtstreeks als maatregel. Via richtlijnen worden de wetgevingen in de verschillende EU-lidstaten geharmoniseerd. De lidstaten mogen zelf regels vaststellen om de doelstellingen van de richtlijnen te bereiken. Elke richtlijn heeft een uiterste datum waarbinnen lidstaten de bepalingen moeten omzetten in nationale wetgeving.

Besluiten zijn specifieke maatregelen die alleen bindend zijn voor het EU-land of bedrijf tot wie zij zijn gericht.